Afspraken People | Works

Algemene leveringsvoorwaarden
TROTS Hospitality B.V. h/o Van der Kroft Events 

Inleiding

Deze algemene voorwaarden van TROTS Hospitality h/o Van der Kroft Events, hierna te noemen Van der Kroft, zijn van toepassing op de werving, de selectie en terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (en daarmee samenhangende dienstverlening) door People resp. Works, tenzij anders is overeengekomen of bevestigd. Deze algemene voorwaarden zijn mede gebaseerd op de algemene voorwaarden voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). TROTS Hospitality B.V. is aangesloten bij de NBBU.
De relatie tussen Inlener en NBBU uitzendbureaus is omgeven door stevige garanties. Als NBBU uitzendbureau heeft Van der Kroft het SNA-keurmerk van de Stichting Normering Arbeid en voldoet zij aan de NEN 4400-norm. In deze norm zijn allerhande criteria vastgelegd waaraan een bonafide uitzendonderneming moet voldoen. Dit betreft niet alleen financiële criteria, maar ook administratieve criteria, bijvoorbeeld op het gebied van personeelsadministratie. Een positieve screening op de NEN 4400-norm is een extra garantie voor een financieel betrouwbaar uitzendbureau. 


Artikel 1 Definities
1.1 Aanbiedingen: alle rechtshandelingen die gericht zijn op de totstandkoming van opdrachten of (inleen)overeenkomsten, waaronder voorstellen, offertes en prijsopgaves.
1.2 Algemene Voorwaarden van Uitzendonderneming: deze Algemene Voorwaarden die van toepassing zijn op en deel uitmaken van de Inleenovereenkomst en Werkovereenkomst.
1.3 Begrippen: in deze Algemene Voorwaarden van de Uitzendonderneming worden de navolgende begrippen met een beginhoofdletter gebruikt.
1.4 Uitzendonderneming: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TROTS Hospitality B.V., mede handelend onder de naam Van der Kroft Events.
1.5 Inlener: iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich door tussenkomst van de Uitzendonderneming voorziet van Uitzendkrachten.
1.6 Inlenerstarief: het door de Inlener aan de Uitzendonderneming verschuldigde tarief, exclusief toeslagen, kostenvergoedingen en BTW. Het tarief wordt per uur gerekend, tenzij anders vermeld.
1.7 Uitzendkracht: iedere natuurlijke persoon die door tussenkomst van de Uitzendonderneming werkzaamheden verricht of gaat verrichten ten behoeve en onder leiding en toezicht van een Inlener.
1.8 Inleenovereenkomst: de overeenkomst tussen de Uitzendonderneming en een Inlener waarin de specifieke voorwaarden worden opgenomen waaronder een Uitzendkracht ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve en onder leiding en toezicht van een Inlener. Onderhavige algemene voorwaarden van de Uitzendonderneming en onderliggende Werkovereenkomst maken hier integraal onderdeel van uit.
1.9 Ter beschikking stellen: de tewerkstelling van een Uitzendkracht in het kader van een Inleenovereenkomst.
1.10 Uitzendbeding: de schriftelijke bepaling in de uitzendovereenkomst met de Uitzendkracht en/of in de cao, inhoudende dat de Uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de Uitzendkracht door de Uitzendonderneming op verzoek van de Inlener ten einde komt (artikel 7:691 lid 2 Burgerlijk Wetboek).
1.11 Werkovereenkomst: de overeenkomst tussen de Inlener en Uitzendonderneming op grond waarvan een enkele Uitzendkracht aan de Inlener ter beschikking wordt gesteld om onder dienst leiding en toezicht werkzaamheden te verrichten. 


Artikel 2 Toepasselijkheid van deze voorwaarden

2.1 Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere aanbieding van de Uitzendonderneming aan, en op iedere Inleenovereenkomst tussen, de Uitzendonderneming en een Inlener waarop de Uitzendonderneming deze voorwaarden van toepassing heeft verklaard, alsmede op de daaruit voortvloeiende leveringen en diensten van welke aard dan ook tussen de Uitzendonderneming en een Inlener, voor zover van deze voorwaarden niet door partijen nadrukkelijk schriftelijk is afgeweken.
2.2 De Inlener met wie eenmaal op deze voorwaarden is gecontracteerd, wordt geacht stilzwijgend met de toepasselijkheid daarvan op een later met de Uitzendonderneming gesloten Inleenovereenkomst in te stemmen.
2.3 Alle aanbiedingen, ongeacht de wijze waarop deze zijn gedaan, zijn vrijblijvend en geldig gedurende een periode van vier weken, tenzij anders aangegeven. Indien niet uitdrukkelijk anders is vermeld, zijn de prijzen exclusief BTW.
2.4 De Uitzendonderneming is niet gebonden aan Algemene Voorwaarden van de Inlener voor zover die afwijken van deze voorwaarden.
2.5 Deze Algemene Voorwaarden kunnen op enig moment worden gewijzigd dan wel worden aangevuld. De gewijzigde Algemene Voorwaarden gelden vervolgens ook ten aanzien van reeds gesloten Inleenovereenkomsten, met inachtneming van een termijn van een maand na schriftelijke bekendmaking van de wijziging.


Artikel 3 Totstandkoming van de Inleenovereenkomst
3.1 De Inleenovereenkomst komt tot stand door schriftelijke aanvaarding van de Inlener of doordat de Uitzendonderneming feitelijk Uitzendkrachten ter beschikking stelt aan de Inlener.
3.2 De specifieke voorwaarden waaronder de Uitzendkracht door de Uitzendonderneming ter beschikking wordt gesteld aan de Inlener zijn opgenomen in de Inleenovereenkomst.
3.3 Een wijziging of aanvulling van de Inleenovereenkomst wordt pas van kracht nadat deze door de Uitzendonderneming schriftelijk is bevestigd. 


Artikel 4 Wijze van facturering
4.1 De facturen van de Uitzendonderneming zijn, tenzij anders afgesproken, gebaseerd op de ingevulde en door de Inlener voor akkoord bevonden tijdverantwoording, alsmede het Inlenerstarief en eventueel bijkomende toeslagen en (on)kosten.
4.2 De Inlener is verantwoordelijk voor de juiste, tijdige en volledige invulling en accordering van de tijdverantwoording. De accordering vindt plaats via (digitale) ondertekening van de tijdverantwoording, tenzij anders overeengekomen.
4.3 Bij verschil tussen de bij de Uitzendonderneming ingeleverde tijdverantwoording en de door de Inlener behouden gegevens daarvan, geldt de bij de Uitzendonderneming ingeleverde tijdverantwoording als juist, tenzij de Inlener het tegendeel aantoont.
4.4 Als de Uitzendkracht de gegevens van de tijdverantwoording betwist, kan de Uitzendonderneming het aantal gewerkte uren en overige kosten factureren volgens de opgave van de Uitzendkracht, tenzij de Inlener aantoont dat voornoemde tijdverantwoording correct is.
4.5 Als de Inlener niet aan het gestelde in lid 2 van dit artikel voldoet, kan de Uitzendonderneming besluiten om de Inlener te factureren op basis van de bij haar bekende feiten en omstandigheden. De Uitzendonderneming gaat hiertoe niet over zolang er geen redelijk overleg daaromtrent met de Inlener heeft plaatsgevonden.
4.6 Als de Inlener, nadat de Uitzendkracht is verschenen op de werkplek, minder dan vier uur gebruik maakt van diens arbeidsaanbod, is de Inlener verplicht tot betaling van het Inlenerstarief over ten minste vier uur per oproep als:
a. de overeengekomen omvang van de arbeid minder dan 15 uur per week bedraagt en de werktijden niet zijn vastgelegd; of
b. de Inlener de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig heeft vastgelegd.
4.7 De Inlener draagt er zorg voor dat de facturen van de Uitzendonderneming zonder enige inhouding, korting of verrekening binnen 14 dagen na factuurdatum zijn betaald.
4.8 Op eerste verzoek van de Uitzendonderneming zal de Inlener een schriftelijke machtiging verstrekken aan de Uitzendonderneming om de bedragen van de facturen middels automatische incasso binnen de overeengekomen termijn af te schrijven van de bankrekening van de Inlener. Hiervoor zullen partijen een SEPA-machtigingsformulier gebruiken. 

 
Artikel 5 Betalingsvoorwaarden
5.1 Uitsluitend rechtstreekse betalingen aan de Uitzendonderneming werken voor de Inlener bevrijdend.
5.2 Rechtstreekse betaling, dan wel verstrekking van voorschotten door de Inlener aan de Uitzendkracht, is niet toegestaan, ongeacht de reden waarom of de wijze waarop zulks geschiedt. Dergelijke betalingen en verstrekkingen zijn onverbindend tegenover de Uitzendonderneming en leveren geen grond op voor enige schuldaflossing of verrekening.
5.3 Als de Inlener een factuur betwist, zal dit binnen acht dagen na verzenddatum van de betreffende factuur schriftelijk door de Inlener aan de Uitzendonderneming kenbaar worden gemaakt, op straffe van verval van het recht op betwisting. Indien betwisting binnen de gestelde termijn uitblijft, wordt de Inlener geacht met de hoogte van de factuur in te stemmen. Een betwisting van de factuur schort de betalingsverplichting van de Inlener niet op.
5.4 Bij niet, niet tijdige of niet volledige betaling door de Inlener van enig door hem verschuldigd bedrag, is hij met ingang van de vervaldatum van de betreffende factuur van rechtswege in verzuim. Vanaf dat moment is de Inlener 1% per maand of gedeelte van een maand dat volledige betaling achterwege is gebleven over het factuurbedrag aan de Uitzendonderneming verschuldigd. De in het bezit van Uitzendonderneming zijnde kopie van de door Uitzendonderneming aan Inlener verzonden factuur geldt als volledig bewijs van de verschuldigdheid van de rente en dag, waarop de renteberekening begint.
5.5 Alle kosten, zowel in als buiten rechte, de kosten van rechtskundige bijstand daaronder begrepen, die de Uitzendonderneming moet maken ten gevolge van het niet nakomen van de betalingsverplichtingen door de Inlener, zijn voor rekening van de Inlener.
5.6 Indien de Inleenovereenkomst is aangegaan met meer dan één Inlener, welke Inleners behoren tot dezelfde groep van ondernemingen, dan zijn alle Inleners hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen uit hoofde van dit artikel, ongeacht de tenaamstelling van de factuur.
5.7 Indien de financiële positie en/of het betalingsgedrag van de Inlener daartoe - naar de mening van de Uitzendonderneming - aanleiding geeft, is de Inlener verplicht op eerste schriftelijk verzoek van de Uitzendonderneming:
a. een machtiging voor automatische incasso als bedoeld in artikel 4 lid 8 van deze voorwaarden te verstrekken; en/of
b. een voorschot te verstrekken; en/of
c. afdoende zekerheid te stellen voor de nakoming van de verplichtingen jegens de Uitzendonderneming, door middel van bijvoorbeeld een bankgarantie of pandrecht.
De omvang van de gevraagde zekerheid en/of het gevraagde voorschot staat in verhouding tot de omvang van de betreffende verplichtingen van de Inlener.
5.8 Ingeval de Inlener geen gehoor geeft aan een verzoek van de Uitzendonderneming als bedoeld in het vorige lid, dan wel indien een incasso mislukt, verkeert de Inlener van rechtswege in verzuim zonder dat daartoe een ingebrekestelling voor nodig is. Indien de Inlener in verzuim verkeert, dan is de Uitzendonderneming gerechtigd de uitvoering van haar verplichtingen uit de Inleenovereenkomst op te schorten dan wel de Inleenovereenkomst onmiddellijk geheel of gedeeltelijk op te zeggen, zonder dat de Uitzendonderneming een schadevergoeding verschuldigd is aan de Inlener. Alle vorderingen van de Uitzendonderneming worden als gevolg van de opzegging direct opeisbaar. 

 
Artikel 6 Ontbinding
6.1 Als een partij in gebreke blijft aan zijn verplichtingen uit de Inleenovereenkomst te voldoen, is de andere partij - naast hetgeen in de Inleenovereenkomst is bepaald - gerechtigd de Inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven buitengerechtelijk geheel of gedeeltelijk te ontbinden. De ontbinding zal pas plaatsvinden nadat de in gebreke verkerende partij schriftelijk in gebreke is gesteld en hem een redelijke termijn is geboden om de tekortkoming te zuiveren, en nakoming is uitgebleven.
6.2 Voorts is de ene partij gerechtigd, zonder dat enige aanmaning of ingebrekestelling zal zijn vereist, buiten rechte de Inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven met onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk te ontbinden als:
a. de andere partij (voorlopige) surseance van betaling aanvraagt of hem (voorlopige) surseance van betaling wordt verleend;
b. de andere partij zijn eigen faillissement aanvraagt of in staat van faillissement wordt verklaard;
c. de onderneming van de andere partij wordt geliquideerd;
d. de andere partij zijn huidige onderneming staakt;
e. buiten toedoen van de ene partij op een aanmerkelijk deel van het vermogen van de andere partij beslag wordt gelegd, dan wel indien de andere partij anderszins niet langer in staat moet worden geacht de verplichtingen uit de Inleenovereenkomst na te kunnen komen;
f. sprake is van een zodanige ernstige of dringende reden dat voortzetting van de samenwerking in redelijkheid niet meer van de opzeggende partij kan worden gevergd.
6.3 Als de Inlener op het moment van de ontbinding reeds prestaties ter uitvoering van de Inleenovereenkomst had ontvangen, kan hij de Inleenovereenkomst slechts gedeeltelijk ontbinden en wel uitsluitend voor dat gedeelte, dat door of namens de Uitzendonderneming nog niet is uitgevoerd.
6.4 Bedragen die de Uitzendonderneming vóór de ontbinding aan de Inlener heeft gefactureerd in verband met hetgeen zij reeds ter uitvoering van de Inleenovereenkomst heeft gepresteerd, blijven onverminderd door Inlener aan haar verschuldigd en worden op het moment van de ontbinding direct opeisbaar. 


Artikel 7 Aansprakelijkheid
7.1 Behoudens bepalingen van dwingend recht, alsmede met inachtneming van de algemene normen van redelijkheid en billijkheid, is de Uitzendonderneming niet gehouden tot enige vergoeding van schade van welke aard dan ook, direct of indirect, ontstaan aan de Uitzendkracht, de Inlener of aan zaken dan wel personen bij of van de Inlener of een derde, verband houdend met een Inleenovereenkomst, waaronder mede te verstaan schade die is ontstaan als gevolg van:
a. de terbeschikkingstelling van de Uitzendkracht door de Uitzendonderneming aan de Inlener, ook wanneer mocht blijken dat die Uitzendkracht niet blijkt te voldoen aan de door de Inlener aan hem gestelde vereisten.
b. eenzijdige opzegging van de Uitzendovereenkomst door de Uitzendkracht.
c. toedoen of nalaten van de Uitzendkracht, de Inlener zelf of een derde, waaronder begrepen het aangaan van verbintenissen door de Uitzendkracht.
d. het zonder schriftelijke toestemming van de Uitzendonderneming doorlenen door de Inlener van de Uitzendkracht.
7.2 Eventuele aansprakelijkheid van de Uitzendonderneming voor enige directe schade is in ieder geval, per gebeurtenis, beperkt tot:
a. het bedrag dat de verzekering van de Uitzendonderneming uitkeert, dan wel;
b. indien de Uitzendonderneming niet voor de betreffende schade is verzekerd of de verzekering niet (volledig) uitkeert, het door de Uitzendonderneming gefactureerde bedrag.

Is het bedrag dat in rekening is gebracht afhankelijk van een tijdsfactor, dan is de aansprakelijkheid beperkt tot het bedrag dat door de Uitzendonderneming in de maand voorafgaand aan de schademelding bij de Uitzendonderneming in rekening is gebracht.
Bij gebreke van een voorafgaande maand, is beslissend wat de Uitzendonderneming in de maand waarin het schadeveroorzakende feit heeft plaatsgevonden aan de Inlener volgens de Inleenovereenkomst in rekening zou brengen dan wel heeft gebracht.
7.3 Voor indirecte schade, zoals gevolgschade, gederfde winst en gemiste besparingen, is de Uitzendonderneming nimmer aansprakelijk.
7.4 De Inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaal dekkende aansprakelijkheidsverzekering voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in lid 1 tot en met 3 van dit artikel.
7.5 In ieder geval dient de Inlener de Uitzendonderneming te vrijwaren tegen eventuele vorderingen van de Uitzendkracht of derden, tot vergoeding van schade als bedoeld in lid 1 van dit artikel geleden door die Uitzendkracht of derden.
7.6 De in leden 1 en 2 van dit artikel opgenomen beperkingen van aansprakelijkheid komen te vervallen, als er sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van de Uitzendonderneming en/of diens leidinggevend personeel.
7.7 De Uitzendonderneming heeft te allen tijde het recht, indien en voor zover mogelijk, eventuele schade van de Inlener ongedaan te maken. Hiertoe wordt tevens gerekend het recht van de Uitzendonderneming maatregelen te treffen die eventuele schade kan voorkomen dan wel beperken. 


Artikel 8 Arbeidsomstandigheden

8.1 Inlener wordt geacht bekend te zijn met de wettelijke bepaling 7:690 Burgerlijk Wetboek en zal zich ten aanzien van de Uitzendkracht bij de uitoefening van het toezicht en/of de leiding alsmede met betrekking tot de uitvoering van het werk, gedragen op dezelfde zorgvuldige wijze als waartoe hij ten opzichte van zijn eigen medewerkers gehouden is.

8.2 Inlener wordt volgens de Arbeidsomstandighedenwet aangemerkt als werkgever. Inlener is jegens de Uitzendkracht en Uitzendonderneming verantwoordelijk voor de nakoming van de uit artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek, de Arbeidsomstandighedenwet en de daarmee samenhangende regelgeving voortvloeiende verplichtingen op het gebied van de veiligheid op de werkplek en goede arbeidsomstandigheden in het algemeen. Hieronder wordt onder meer ook begrepen dat de Inlener de Uitzendkracht actieve voorlichting geeft met betrekking tot de binnen zijn onderneming gehanteerde Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE). De Uitzendkracht dient voldoende gelegenheid te krijgen om van de inhoud kennis te nemen, alvorens de werkzaamheden aanvang kunnen vinden.

8.3 Inlener draagt zorg voor een veilige en gezonde werkomgeving voor de Uitzendkracht zoals tevens verwoord in artikel 8.1 en 8.2. Inlener is binnen dit kader verplicht alle wet- en regelgeving met betrekking tot arbeidsomstandigheden deugdelijk na te leven en is verplicht ervoor zorg te dragen dat de locatie waarop en de werktuigen en materialen waarmee de Uitzendkracht zijn werkzaamheden verricht, voldoen aan alle ter zake geldende veiligheidsvoorschriften en voorts alles te doen en na te laten wat in redelijkheid van Inlener kan worden verwacht teneinde te voorkomen dat de Uitzendkracht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden schade lijdt.


Artikel 9 Overmacht
9.1 In geval van overmacht van de Uitzendonderneming zullen haar verplichtingen uit hoofde van de Inleenovereenkomst worden opgeschort, zolang de overmachttoestand voortduurt. Onder overmacht wordt verstaan elke van de wil van de Uitzendonderneming onafhankelijke omstandigheid, die de nakoming van de Inleenovereenkomst blijvend of tijdelijk verhindert en welke noch krachtens wet, noch naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid voor haar risico behoort te komen.
9.2 Zodra zich bij de Uitzendonderneming een overmachttoestand voordoet als in lid 1 van dit artikel bedoeld, zal zij daarvan mededeling doen aan de Inlener.
Voor zover daaronder niet reeds begrepen, wordt onder overmacht tevens verstaan:
werkstaking, bedrijfsbezetting, blokkades, embargo, overheidsmaatregelen, oorlog, revolutie
en/of enig daaraan gelijk te stellen toestand, stroomstoringen, storingen in elektronische
communicatielijnen, brand, ontploffing en andere calamiteiten, waterschade, overstroming,
aardbeving en andere natuurrampen, alsmede omvangrijke ziekte van epidemiologische aard van personeel.
9.3 Zolang de overmachttoestand voortduurt, zullen de verplichtingen van de Uitzendonderneming zijn opgeschort. Deze opschorting zal echter niet gelden voor verplichtingen waarop de overmacht geen betrekking heeft en reeds voor het intreden van de overmachttoestand zijn ontstaan.
9.4 Als de overmachttoestand drie maanden heeft geduurd, of zodra vaststaat dat de overmachttoestand langer dan drie maanden zal duren, is ieder der partijen gerechtigd de Inleenovereenkomst tussentijds te beëindigen zonder inachtneming van enige opzegtermijn.
9.5 De Inlener is ook na zodanige beëindiging van de Inleenovereenkomst gehouden de door hem aan de Uitzendonderneming verschuldigde vergoedingen, welke betrekking hebben op de periode vóór de overmacht toestand, aan de Uitzendonderneming te betalen.
9.6 De Uitzendonderneming is tijdens de overmachttoestand niet gehouden tot vergoeding van enigerlei schade van of bij de Inlener. 


Artikel 10 Geheimhouding
10.1 De Uitzendonderneming en de Inlener zullen geen vertrouwelijke informatie van of over de
andere partij, diens activiteiten en relaties, die hun ter kennis is gekomen ingevolge een
aanbieding of Inleenovereenkomst, verstrekken aan derden. Dit tenzij – en alsdan voor zover
verstrekking van die informatie nodig is om de Inleenovereenkomst naar behoren te
kunnen uitvoeren of op hen een wettelijke plicht tot bekendmaking rust.

10.2 Op verzoek van de Inlener zal de Uitzendonderneming de Uitzendkracht verplichten tot
geheimhouding omtrent al hetgeen hem bij het verrichten van de werkzaamheden bekend of
gewaar wordt, tenzij op de Uitzendkracht een wettelijke plicht tot bekendmaking rust.

10.3 Het staat de Inlener vrij om de Uitzendkracht rechtstreeks te verplichten tot geheimhouding.
De Inlener informeert de Uitzendonderneming over zijn voornemen daartoe en verstrekt een
afschrift van hetgeen daaromtrent is vastgelegd aan de Uitzendonderneming.

10.4 De Uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor een boete, dwangsom of eventuele schade
van de Inlener als gevolg van schending van de geheimhoudingsplicht door de Uitzendkracht. 


Artikel 11 Toepasselijk recht en bevoegde rechter
11.1 Op deze Algemene Voorwaarden, opdrachten, Inleenovereenkomsten en/of andere overeenkomsten is het Nederlands recht van toepassing.

11.2 Alle geschillen die voortvloeien of samenhangen met een rechtsverhouding tussen partijen,
zullen in eerste aanleg uitsluitend worden berecht door de rechtbank binnen het arrondissement waarin de Uitzendonderneming is gevestigd.


Artikel 12 Slotbepalingen
12.1 Als enige bepaling uit deze voorwaarden nietig is of wordt vernietigd, zullen de overige
bepalingen van deze voorwaarden volledig van kracht blijven en zullen partijen in overleg
treden teneinde nieuwe bepalingen ter vervanging van de nietige of vernietigde bepalingen
overeen te komen, waarbij zoveel mogelijk het doel en de strekking van de nietige of
vernietigde bepaling in acht zullen worden genomen.
12.2 De Uitzendonderneming is gerechtigd om haar rechten en verplichtingen uit hoofde van een Inleenovereenkomst over te dragen aan een derde. Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, is het de Inlener niet toegestaan om zijn rechten en verplichtingen uit hoofde van de Inleenovereenkomst over te dragen aan een derde. 



Hoofdstuk 2
Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van Uitzendkrachten

Artikel 13 Het inlenen van Uitzendkrachten

13.1 De Uitzendovereenkomst wordt aangegaan tussen de Uitzendkracht en de Uitzendonderneming. Op de Uitzendovereenkomst is de NBBU-cao voor Uitzendkrachten van toepassing. Tussen de Inlener en de Uitzendkracht bestaat er geen arbeidsovereenkomst.

13.2 Bij het ter beschikking stellen van de Uitzendkracht door de Uitzendonderneming aan de
Inlener, werkt de Uitzendkracht feitelijk onder leiding en toezicht van de Inlener. De Inlener
neemt daarbij dezelfde zorgvuldigheid in acht als tegenover zijn eigen werknemers. De
Uitzendonderneming heeft als formele werkgever geen zicht op de werkplek en de te
verrichten werkzaamheden, op basis waarvan de Inlener dient zorg te dragen voor een veilige werkomgeving, alsmede de leiding heeft en toezicht uitoefent over de Uitzendkracht.

13.3 De Inlener zal, zonder schriftelijke toestemming van de Uitzendonderneming, de door hem
ingeleende Uitzendkracht niet op zijn beurt weer doorlenen aan een derde om onder diens
leiding en toezicht te werken. Onder doorlening wordt mede verstaan het door Inlener ter beschikking stellen aan een (rechts)persoon waarmee Inlener in een groep (concern) is verbonden. Een overtreding van onderhavig lid leidt ertoe dat de Uitzendonderneming gerechtigd is om de terbeschikkingstelling van de Uitzendkracht en/of de Inleenovereenkomst per direct te beëindigen, alsmede alle hieruit voortvloeiende c.q. verband houdende schade aan de Inlener in rekening te brengen. De Inlener stelt de Uitzendonderneming alsdan volledig schadeloos.


Artikel 14 Inhoud en duur van de Inleenovereenkomst en de terbeschikkingstelling(en)

14.1 In de Inleenovereenkomst worden de specifieke voorwaarden waaronder de Uitzendkracht aan de Inlener ter beschikking wordt gesteld opgenomen. De Inleenovereenkomst kan niet worden beëindigd zolang er Uitzendkrachten aan de Inlener ter beschikking worden gesteld. De arbeidsomvang en de werktijden van de Uitzendkracht bij Inlener worden vastgelegd in de Werkovereenkomst. De werktijden, de arbeidsduur, en de rusttijden van de Uitzendkracht zijn gelijk aan de bij Inlener ter zake gebruikelijke tijden en uren, tenzij anders is overeengekomen.

14.2 De Inlener zal de Uitzendonderneming informeren omtrent de beoogde duur van de terbeschikkingstelling, op basis waarvan de Uitzendonderneming de aard en de duur van de
Uitzendovereenkomst met de Uitzendkracht kan bepalen.

14.3 Als de Uitzendovereenkomst voorziet in het Uitzendbeding, dan hoeven de Uitzendonderneming, Uitzendkracht en/of de Inlener geen opzegtermijn in acht te nemen als zij de terbeschikkingstelling tussentijds wensen te beëindigen.

14.4 Als de Uitzendovereenkomst niet voorziet in het Uitzendbeding, dan is er sprake van een
Uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd. In dit geval kan de Inlener de
terbeschikkingstelling uitsluitend tussentijds eindigen onder de voorwaarde dat de met de
terbeschikkingstelling verband houdende betalingsverplichtingen voortduren tot het verstrijken van de overeengekomen duur van de terbeschikkingstelling. De Uitzendonderneming is alsdan gerechtigd om het Inlenerstarief tot de overeengekomen duur van de terbeschikkingstelling aan de Inlener in rekening te (blijven) brengen overeenkomstig het gebruikelijke c.q. het te verwachten arbeidspatroon van de Uitzendkracht, tenzij de Uitzendonderneming en de Inlener hieromtrent schriftelijk andersluidende afspraken hebben gemaakt.

14.5 Als de Inlener de terbeschikkingstelling wenst te beëindigen terwijl er niets is overeengekomen omtrent de duur van de terbeschikkingstelling en de Uitzendkracht op basis van een Uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd werkzaam is, geldt er een opzegtermijn van één maand.

14.6 Indien de reden van de beëindiging is gelegen in een geschil met de Uitzendkracht, dan wel
een conflictsituatie, dan dient de Inlener de Uitzendonderneming daar tijdig van op de hoogte te stellen. De Uitzendonderneming zal alsdan onderzoeken of het geschil, dan wel de conflictsituatie kan worden opgelost.

14.7 De Uitzendonderneming kan in verband met de voor haar geldende aanzegverplichting jegens de Uitzendkracht de Inlener minimaal vijf weken voor het einde van de Uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd verzoeken om aan te geven of hij voornemens is om de terbeschikkingstelling te continueren. De Inlener is alsdan gehouden om binnen drie dagen aan te geven of hij de terbeschikkingstelling wenst te continueren. Het niet tijdig, dan wel niet correct informeren van de Uitzendonderneming vanwege het handelen van Inlener leidt ertoe dat, de Inlener de kosten verband houdende met de vergoeding ex artikel 7:668 Burgerlijk Wetboek integraal aan de Uitzendonderneming dient te vergoeden.


Artikel 15 Het Inlenerstarief, (uur)beloning en overige vergoedingen
15.1 Het door Inlener aan de Uitzendonderneming verschuldigde Inlenerstarief wordt berekend over de uren waarop Uitzendonderneming op grond van de Werkovereenkomst en/of deze Algemene Voorwaarden van de Uitzendonderneming aanspraak heeft en wordt altijd tenminste berekend over de door de Uitzendkracht werkelijk gewerkte uren. Het Inlenerstarief wordt vermenigvuldigd met de toeslagen en vermeerderd met de kostenvergoedingen die de Uitzendonderneming verschuldigd is aan de Uitzendkracht. Over het Inlenerstarief, de toeslagen en kostenvergoedingen wordt BTW in rekening gebracht.

15.2 Het Inlenerstarief staat in directe verhouding tot het aan de Uitzendkracht verschuldigde loon. Het loon en de vergoedingen van de Uitzendkracht worden vooraf aan de terbeschikkingstelling en zo nodig gedurende de terbeschikkingstelling bepaald en zijn gelijk aan het loon en vergoedingen die worden toegekend aan vergelijkbare werknemers, werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies, in dienst van de Inlener (het zogenoemde loonverhoudingsvoorschrift).

15.3 Onder het loonverhoudingsvoorschrift vallen de volgende componenten:
a. uitsluitend het geldende periodeloon in de schaal;
b. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting. Deze kan – zulks ter keuze van de Uitzendonderneming - gecompenseerd worden in tijd en/of geld;
c. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegendienst;
d. initiële loonstijging;
e. onbelaste kostenvergoedingen: reiskosten, pensionkosten en andere kosten noodzakelijk
wegens de uitoefening van de functie;
f. periodieken.

Indien de Uitzendkracht door de Inlener wordt ingezet op de wettelijk erkende feestdagen en oudejaarsdag, dan wordt het door de Uitzendonderneming gehanteerde Inlenerstarief aan de Inlener verhoogd met 150%.

15.4 De Uitzendonderneming kan in ieder geval het Inlenerstarief tijdens de looptijd van de Werkovereenkomst aanpassen, indien er sprake is van:
- een stijging van de (verwachte) kosten van de uitzendarbeid als gevolg van (wijziging van) de CAO, de voor de Uitzendkracht geldende arbeidsvoorwaardenregeling en/of de daarbij geregelde lonen en/of (wijziging van) de Inlenerstarief;
- een stijging van de (verwachte) kosten van de uitzendarbeid als gevolg van (wijzigingen in of ten gevolge van) wet- en- regelgeving, waaronder begrepen (de uitvoering van) de sociale en fiscale wet- en regelgeving of enig verbindend voorschrift;
- een stijging van de (verwachte) kosten van de uitzendarbeid in verband met door de Uitzendonderneming te verrichten uitgaven en/of te treffen voorzieningen voor scholing, ziekteverzuim, inactiviteit en/of afvloeiing van Uitzendkrachten.
15.5 Iedere aanpassing van het Inlenerstarief wordt zo spoedig mogelijk aan de Inlener bekend gemaakt.
Artikel 16Informatieverplichting Inlener

16.1 De Inlener informeert de Uitzendonderneming tijdig, juist en volledig inzake de looncomponenten van het loonverhoudingsvoorschrift als bedoeld in artikel 15, zodat de Uitzendonderneming het loon van de Uitzendkracht kan vaststellen.

16.2 Indien het loon en overige vergoedingen van de Uitzendkracht niet kunnen worden
vastgesteld volgens het loonverhoudingsvoorschrift worden deze vastgesteld aan de hand
van gesprekken die door de Uitzendonderneming worden gevoerd met de Inlener en de
Uitzendkracht. Bij het vaststellen van het loon geldt als leidraad het opleidingsniveau en de
ervaring van de Uitzendkracht en de benodigde capaciteiten die de invulling van die functie
met zich meebrengt.

16.3 De Uitzendonderneming is gerechtigd om het Inlenerstarief met terugwerkende kracht te
corrigeren en aan de Inlener in rekening te brengen, indien blijkt dat (een van) de componenten als bedoeld in artikel 15 lid 3, onjuist zijn vastgesteld.


Artikel 17 De civiele ketenaansprakelijkheid voor loon

17.1 Naast de Uitzendonderneming is de Inlener hoofdelijk aansprakelijk jegens de Uitzendkracht
voor de voldoening van het aan de Uitzendkracht verschuldigde loon, tenzij de Inlener zich
inzake de eventuele onderbetaling als niet-verwijtbaar kwalificeert.

17.2 De Inlener dient ten behoeve van het aantonen van zijn niet-verwijtbaarheid in ieder geval de
Uitzendonderneming tijdig, juist en volledig te informeren inzake de looncomponenten van het loonverhoudingsvoorschrift conform artikel 15.

De Uitzendonderneming is jegens de Inlener gehouden om de Uitzendkracht te belonen conform de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de NBBU-cao voor Uitzendkrachten. De Uitzonderonderneming draagt zorg voor de afdracht van de verschuldigde loonbelasting en premies van de Uitzendkrachten.

17.3 Indien de Inlener zich nader wenst te laten informeren over de arbeidsvoorwaarden van de
Uitzendkracht in het kader van de ketenaansprakelijkheid voor loon, treedt hij hierover in
overleg met de Uitzendonderneming.

17.4 De Inlener onthoudt zich van het opvragen van de gegevens die geen betrekking hebben op
of in verband staan tot het loon van de Uitzendkracht. De Uitzendonderneming behoudt zich
het recht voor om geanonimiseerde informatie aan de Inlener te verstrekken. Ten aanzien van de verkregen informatie met betrekking tot de Uitzendkracht is de Inlener verplicht tot
geheimhouding.


Artikel 18 Aangaan (rechtstreekse) arbeidsverhouding door Inlener met de Uitzendkracht
18.1 Het door Inlener of enige aan haar gelieerde onderneming rechtstreeks aangaan van een arbeidsovereenkomst met de Uitzendkracht is, zonder bijkomende kosten, alleen mogelijk nadat de Uitzendkracht minimaal 1200 uur via de Uitzendonderneming voor de Inlener zal hebben gewerkt.

18.2 Indien de Inlener of enige aan haar gelieerde onderneming rechtstreeks een arbeidsovereenkomst sluit met de Uitzendkracht voordat de in lid 1 van dit artikel genoemde periode is verstreken, is de Inlener aan de Uitzendonderneming een vergoeding ter zake wervings- en selectie- en opleidingskosten verschuldigd ten bedrage van 25% van het laatst geldende Inlenerstarief over 1200 uren minus de reeds door de Uitzendkracht via de Uitzendonderneming voor de Inlener gewerkte uren. De vergoeding wordt vermeerderd met BTW.

18.3 Het is de Inlener en alle aan haar gelieerde ondernemingen tijdens de looptijd en gedurende 12 maanden na het einde van de opdracht niet toegestaan om zonder uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van de Uitzendonderneming, rechtstreeks of door middel van derden op enige andere wijze dan uit hoofde van een rechtstreekse arbeidsovereenkomst - waarop lid 1 en 2 van dit artikel betrekking hebben – een arbeidsverhouding of samenwerking van welke aard dan ook, direct of indirect, aan te gaan met de Uitzendonderneming. Ook is het de Inlener verboden om Uitzendkrachten ertoe te bewegen om een arbeidsovereenkomst, dan wel een andersoortige arbeidsverhouding met een andere onderneming aan te gaan, met de bedoeling de Uitzendkrachten middels deze andere onderneming in te lenen.

18.4 Het is de Inlener en alle aan haar gelieerde ondernemingen niet toegestaan gedurende een periode van 12 maanden nadat de Uitzendkracht door de Uitzendonderneming aan haar is voorgesteld, en een opdracht niet tot stand is gekomen, een arbeidsverhouding of samenwerking van welke aard dan ook aan te gaan met de Uitzendkracht.

18.5 In geval van overtreding en/of niet nakoming van het bepaalde in lid 3 en/of 4 is de Inlener aan de Uitzendonderneming een ineens opeisbare boete verschuldigd van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro) onverminderd het recht van de Uitzendonderneming om volledige schadevergoeding en/of nakoming te vorderen. Daarnaast dient de Inlener de in lid 2 van dit artikel genoemde vergoeding te voldoen, voor zover van toepassing.

18.6 De Inlener is in verband met het bepaalde in dit artikel mede verantwoordelijk en aansprakelijk voor de (in)direct aan haar gelieerde ondernemingen.

18.7 Dit artikel is niet van toepassing indien de Uitzendonderneming en de Inlener voorafgaand aan de opdracht nader tot overeenstemming zijn gekomen over de voorwaarden van een eventuele rechtstreekse arbeidsverhouding, en de Inlener aan de plichten van deze voorwaarden voldaan heeft.

18.8 Voor het bepaalde in dit artikel wordt onder Uitzendkracht tevens verstaan:
-de (aspirant-)Uitzendkracht die bij de Uitzendonderneming is ingeschreven;
-de (aspirant-)Uitzendkracht die is voorgesteld aan de Inlener;
-de Uitzendkracht wiens terbeschikkingstelling minder dan drie maanden voor het aangaan van de arbeidsverhouding met de Inlener is geëindigd.


Artikel 19 Selectie van Uitzendkrachten
19.1 De Uitzendkracht wordt door de Uitzendonderneming gekozen enerzijds aan de hand van zijn
hoedanigheden en kundigheden en anderzijds aan de hand van de door de Inlener aangedragen functievereisten.

19.2 Niet-functierelevante vereisten die bovendien (kunnen) leiden tot (in)directe discriminatie,
onder meer verband houdende met ras, godsdienst, geslacht en/ of handicap, kunnen niet
door de Inlener worden gesteld. In ieder geval zullen deze eisen door de Uitzendonderneming niet worden gehonoreerd, tenzij ze worden gesteld in het kader van een doelgroepenbeleid dat wettelijk is toegestaan, om gelijke arbeidsparticipatie te bevorderen.

19.3 De Inlener heeft het recht om, als een Uitzendkracht niet voldoet aan de door de Inlener
gestelde functievereisten, dit binnen 4 uur na aanvang van de werkzaamheden aan de
Uitzendonderneming kenbaar te maken. In dat geval is de Inlener gehouden de Uitzendonderneming minimaal te betalen het aan de Uitzendkracht verschuldigde loon, vermeerderd met het werkgeversaandeel in de sociale lasten en premieheffing en uit de NBBU-cao voortvloeiende verplichtingen.

19.4 Gedurende de looptijd van de Inleenovereenkomst is de Uitzendonderneming gerechtigd om een voorstel te doen tot vervanging van de Uitzendkracht, bijvoorbeeld indien de Uitzendkracht niet langer in staat is de arbeid te verrichten, dan wel in verband met een door te voeren reorganisatie of herplaatsingsverplichting. Het Inlenerstarief zal dan opnieuw worden vastgesteld.


Artikel 20 Zorgverplichting Inlener en vrijwaring jegens de Uitzendonderneming
20.1 De Inlener is ervan op de hoogte dat hij volgens artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek en de geldende Arbo-wetgeving de verplichting heeft om te zorgen voor een veilige werkplek van de Uitzendkracht. De Inlener verstrekt de Uitzendkracht concrete aanwijzingen om te voorkomen dat de Uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Tevens verstrekt de Inlener de Uitzendkracht persoonlijke beschermingsmiddelen voor zover noodzakelijk. Indien de benodigdheden door de Uitzendonderneming worden verzorgd, is de Uitzendonderneming gerechtigd de kosten die daarmee samenhangen bij de Inlener in rekening te brengen.

20.2 De Inlener is tegenover de Uitzendkracht en Uitzendonderneming aansprakelijk voor en
dientengevolge gehouden tot vergoeding van de schade die de Uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de Uitzendkracht, alles met inachtneming van het
bepaalde in artikel 7.

20.3 Als de Uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden zodanig letsel heeft bekomen
dat daarvan de dood het gevolg is, is de Inlener overeenkomstig artikel 6:108 Burgerlijk Wetboek jegens de in dat artikel bedoelde personen en jegens de Uitzendonderneming gehouden tot vergoeding van de schade aan de bedoelde personen, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de Uitzendkracht, alles met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.

20.4 De Inlener vrijwaart de Uitzendonderneming volledig tegen aanspraken, jegens de Uitzendonderneming ingesteld wegens het niet nakomen door de Inlener van de in dit artikel genoemde verplichtingen en zal de hiermee verband houdende kosten van rechtsbijstand volledig aan de Uitzendonderneming vergoeden. De Inlener verleent de Uitzendonderneming de bevoegdheid haar aanspraken bedoeld in onderhavig artikel aan de direct belanghebbende(n) te cederen.

20.5 De Inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaal dekkende aansprakelijkheidsverzekering voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in dit artikel.

20.6 Indien de Uitzendkracht een bedrijfsongeval of een beroepsziekte overkomt, zal Inlener, indien wettelijk vereist, de bevoegde instanties hiervan onverwijld op de hoogte stellen en ervoor zorgdragen dat daarvan onverwijld een schriftelijke rapportage wordt opgemaakt.
In de rapportage wordt de toedracht van het ongeval zodanig vastgelegd, dat daaruit met redelijke mate van zekerheid kan worden opgemaakt of en in hoeverre het ongeval het gevolg is van het feit dat onvoldoende maatregelen waren genomen ter voorkoming van het ongeval dan wel beroepsziekte. Inlener informeert Uitzendonderneming zo spoedig mogelijk over het bedrijfsongeval of de beroepsziekte en overlegt een kopie van de opgestelde rapportage.


Artikel 21 Identificatie en persoonsgegevens
21.1 De Inlener stelt bij aanvang van de terbeschikkingstelling van een Uitzendkracht diens
identiteit vast aan de hand van het originele identiteitsdocument. De Inlener richt zijn
administratie zodanig in dat de identiteit van de Uitzendkracht kan worden aangetoond.

21.2 De Inlener behandelt de hem in het kader van de terbeschikkingstelling ter kennis gekomen
persoonlijke gegevens van Uitzendkrachten vertrouwelijk en verwerkt deze in overeenstemming met de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens en overige relevante wetgeving.

21.3 De Inlener is gehouden om in het geval van een datalek, waarbij kans is op verlies of
onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens van de Uitzendkrachten die de door de
Uitzendonderneming aan hem ter beschikking zijn gesteld, een melding te doen bij het
College bescherming persoonsgegevens en de Uitzendonderneming. Indien noodzakelijk zal
de Uitzendonderneming de betrokken Uitzendkrachten informeren.

21.4 De Uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor boetes of claims die de Inlener worden
opgelegd, omdat hij zijn verplichtingen als in de voorgaande leden bedoeld, niet is nagekomen.

21.5 De Inlener zal, indien er aanspraken jegens de Uitzendonderneming zijn ingesteld wegens het
niet nakomen door de Inlener van de in dit artikel genoemde verplichtingen, de hiermee verband houdende schade waaronder kosten van rechtsbijstand, volledig aan de Uitzendonderneming vergoeden.


Artikel 22 Bedrijfssluiting
22.1 Als er gedurende de terbeschikkingstelling een bedrijfssluiting of verplichte vrije dag
plaatsvindt, informeert de Inlener de Uitzendonderneming hieromtrent bij het aangaan van de Inleenovereenkomst, zodat de Uitzendonderneming hiermee rekening kan houden bij het
vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Als de Inlener dit nalaat is hij gedurende de
bedrijfssluiting of verplichte vrije dag, aan de Uitzendonderneming verschuldigd het aantal
uren zoals overeengekomen in de Inleenovereenkomst, vermenigvuldigd met het laatst geldende Inlenerstarief.


Schrijf je in en blijf op de hoogte

Divide

Om je de beste gebruikerservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Bekijk ons cookiebeleid.